Het Zwin
Bontbekplevier
Een kleine strandloper, niet groter dan een spreeuw, met een rond gezicht en helderwitte onderdelen. Adult heeft een strikt zwart-wit koppatroon en helder gekleurde snavel en poten. Zijn melodieuze roep is kenmerkend.
De bontbekplevier is vaak te zien op zand-, kiezel- of schelpenstranden, maar ook op kwelders en andere moddervlaktes. Ze rennen voorzichtig enkele stappen, stoppen dan – gefixeerd, alert – rondkijkend en zoekend naar prooi. ’s Zomers zijn de paren wijd verspreid langs de stranden of rond afgravingen in het binnenland. In de herfst en winter komen ze samen in groepen, vooral bij hoog water, van honderden exemplaren.
De balts bestaat uit zangvluchten door het mannetje, met een trage, fladderende vleugelslag waarbij hij heen en weer kantelt, waarbij hij muzikaal roept: tie-loe, tie-loe, tie-loe d’loe d’loe d’loe. De gewone roep is een helder, melancholisch, vloeiend toe-lie of kie-ip, met de nadruk op de tweede lettergreep; variaties worden gebruikt bij alarm, bedreiging, of waarschuwingen voor de jongen als gevaar dreigt.

Wulp
De grootste steltloper, lijkt op afstand op kwelders vrij donker, maar op heidevelden en hoogvenen toont in de zomer hij toch licht. Hij rust in groepen, maar foerageert vaak alleen of in zeer losse groepen.
Groot, statig en gezegend met een prachtige stem, maar de wulp is ook bijzonder vanwege zijn lange, naar beneden gebogen snavel. Het is een wijdverspreide vogel in een reeks habitats, vertrouwd langs de kust en in het binnenland, in afgelegen heuvels en grazige weilanden, op woeste moerassen en langs drukke strandboulevards. Gedurende een groot deel van het jaar levert hij het bekende geluid van kwelders en andere moddervlaktes en in het voorjaar is hij het pronkstuk van heidevelden en moerassen. Buiten het broedseizoen zijn wulpen sociaal en vormen bij hoog water grote groepen. Toch houden ze zich vaak afgezonderd van de grutto’s, tureluurs, zilverplevieren en kleinere steltlopers die in de nabijheid rusten, waarbij ze lange lijnen vormen van grotere, ineengedoken, donker tonende vogels die wel doen denken aan jonge meeuwen.
In het voorjaar vliegen wulpen boven hun territorium, met trage vleugelslag stijgend en daarna langzaam naar beneden glijdend, met een zang die begint met langzame, melancholische klanken en zich ontwikkeld in een vaste, vloeiende, pulserende, extatische triller. De zang kan ook in andere seizoenen worden gehoord in een min of meer uitontwikkelde vorm, met een variëteit aan luide roepen: een rauw, schor whaup, een herhaald lie lie lie en vloeiend, bedroefd koer-lie.
Beoordelingen
Afdrukken