![]() | Home - Hitlijsten - Attracties - Vogelkijkpunt : Weerribben | ![]() |
Purperreiger Een grote, elegante reiger met een slangachtige hals en een lange, slanke snavel. Toont in de vlucht vrij smalle vleugels en de gebogen nek vormt een dikke, smalle bult. De lange poten en tenen steken aanzienlijk achter de staart uit. Dit is een slanke, zuidelijke reiger met een slangachtige nek van rietbedden en dichtbegroeide moerassen. Het is vaak moeilijk hem goed te zien te krijgen, omdat hij zich vaker in riet verbergt zoals een roerdomp dan de blauwe reiger. Niettemin vertoont hij zich weleens aan de rand van een moeras langs open water, gaat in een lage boom zitten of vliegt over op weg naar een foerageerplek of terug naar het nest. Wat hij ook doet, is het een elegante vogel: fijner gebouwd dan een blauwe reiger, iets langer en met een slankere snavel, kop, nek en poten, en smallere vleugels. Vergeleken met de blauwe reiger is hij veel meer gebonden aan uitgestrekte rietlanden met schoon water tussen de opschietende moerasvegetatie; hij heeft niet genoeg aan sloten, reservoiroevers of kusten, zoals de blauwe reiger die zich veel beter kan aanpassen. Ook gebruikt hij geen nestplatformen of nestelt hij in bomen en hij is veel gevoeliger voor menselijke verstoring. Vrij zwijgzaam vergeleken met de blauwe reiger, maar de purperreiger heeft een rauw, raspend geluid, vooral wanneer hij na verstoring opvliegt. Bij het nest produceert hij enkele rauwe geluiden en het mannetje maakt ritmische geluiden met zijn snavel. Rietzanger Een kleine, donkere roestbruine zanger van struiken en struikgewas langs de waterkant. Hij heeft een rumoerige voorjaarszang en een opvallende wenkbrauwstreep. In de lente en de zomer worden stroken zeggen, brandnetels, wilgenroosjes, meidoornstruiken en rietbedden verlevendigd door volop zingende rietzangers. Ze zijn minder gebonden aan uitsluitend rietbedden dan kleine karekieten – terwijl ze vaak naast elkaar broeden, worden ze aangetroffen langs slootjes en zelfs in bosjes ver van water verwijderd. Mannetjes voeren een korte, opstijgende zangvlucht uit (anders dan kleine karekieten), maar zingen ook van zangposten. De zang is gevarieerd en snel. Hij heeft een scheldende, geïrriteerde kwaliteit, met zoemende of kwetterende noten tussen meer muzikale, ritmische sequenties. Hij begint vaak met een paar rijke, lieflijke noten. De roep is tucc of een raspend churr.
|
| |||||||||||||||
![]() | © 2012 DoeHits - PlanMedia | ![]() |