Haaksbergerveen
Dodaars
Een compacte watervogel met een hoge, ronde kop en een korte, vrij dikke snavel met een lichte vlek bij de basis. Het lichaam is rond. De roep is in het voorjaar vaak te horen: een plotseling, luid, hinnikend geluid.
De kleinste en meest compact fuut leeft op kleine vennetjes en poelen en zelfs vrij smalle rivieren, hoewel de meeste ’s winters naar grotere meren of de kust trekken. Door zijn korte snavel, ronde kop, staartloze uiterlijk en gewoonte constant te duiken is hij onmogelijk te verwarren met enig andere watervogel. Hij wordt niet vaak vliegend gezien; de vlucht is haastig, laag en zwak.
De balts is minder extravagant dan die van andere futen, maar bestaat uit kopschudden en naast elkaar zwemmen, waarbij ze vaak luid roepen. Dodaarzen worden vaker gehoord dan gezien, de roep is plotseling, luid en hinnikend.

Blauwborst
Een echt juweeltje, met een fraai uiterlijk en een mooie zang, maar in zijn wetlandhabitat zeer verborgen levend. Mannetjes in het voorjaar variëren en zijn anders dan de vrouwtjes en juvenielen, maar alle hebben een rode zijstaart en een contrastrijk gezichtspatroon.
In Nederland is de blauwborst een graag geziene broedvogel, die echter moeilijk te zien te krijgen is. In het voorjaar en de zomer is hij een plezier om naar te kijken, een rijke kleurenpracht combinerend met een fraaie zang. Hij houdt van een mengeling van open en beboste grond, vaak te vinden langs de randen van met riet omzoomde vennen en moerasjes met wilgenbosjes. Hij broedt van het laagland tot op hoogvlaktes.
Mannetjes zetten een brede borst op om de centrale borstvlek beter te laten uitkomen als ze zingen. De zang is luid, melodieus en zeer lang aangehouden, gemengd met heel veel imitaties. Hij doet denken aan die van de nachtegaal, maar hij is minder warm van toon.
Beoordelingen
Afdrukken