Vogelkijkpunt
Havik
Een grote, krachtige, spectaculaire roofvogel in bossen met vrij lange, brede vleugels en een lange staart.
De havik is in essentie een grotere versie van de sperwer die in staat is veel grotere prooien te slaan, maar wel minder talrijk is. Zelfs al is er een paar aanwezig, dan nog zijn ze moeilijk te vinden, behalve tijdens de baltsvluchten in het voorjaar, wat verrassend is voor zulke grote vogels. Optimistische vogelaars verwarren vaak een vrouwtje sperwer met een havik, maar als ze voor het eerst echt een havik hebben gezien, zullen ze zich afvragen waarom ze zich vergisten. Een vrouwtje havik is zo groot en krachtig, dat ze niet verward zou kunnen worden met de kleinere vogel: ze is bijna zo groot als een buizerd en minstens zo krachtig als een vrouwtje slechtvalk. Het kleinere mannetje kan wel een probleem zijn, tenzij hij wordt gezien met andere vogels waarmee hij vergeleken kan worden.
Mannetjes zweven met gespreide staart. Beide geslachten vliegen boven het broedgebied met de witte onderstaartdekveren opgezet en duidelijk zichtbaar. Ze voeren ook verticale stortduiken boen het nest uit. Bij het nest is hun roep een krachtig, groenespechtachtig kyie-kyie-kyie en een zwakker, melancholischer pieie-yeh van het vrouwtje.

Geelgors
De geelgors is een slanke gors met een lange staart, langer en met een puntiger gezicht dan vinken, die vaak in groepjes is te zien, al dan niet in het gezelschap van vinken en mussen buiten het broedseizoen. ’s Zomers zit het mannetje vaak in de top van een struik of op een paaltje en zingt dan voortdurend zijn eenvoudige, metalige zang.
Maar weinig vogels zingen op een zomerdag in de hitte van de middag, maar de geelgors zingt zijn vrolijke, herhaalde zang de hele dag en de hele zomer door. Het is een kenmerkende gors, met een lang lichaam, slanke witgerande staart en een kop met een vlakke kruin – met een dunne bovensnavel en een forsere ondersnavel – onderscheiden hem van alle vinken en mussen. Geelgorzen zijn karakteristieke vogels van heidevelden met struiken en open grazige plekken, agrarische streken met heggen tussen weilanden en grazige stroken met bremstruiken en varens langs ruige kusten. In agrarische gebieden zijn ze afgenomen door het verlies van heggen en vooral het verlies van wintervoedsel; stoppelvelden en hooimijten zijn nu zeldzaam en zaadetende vogels zoals de geelgors hebben daaronder te lijden.
De zang is variabel, maar is meestal een korte reeks scherpe, metalige noten, vaak herhaald, waarbij de een na laatste of laatste hoger of lager is dan de rest: tit-it-it-it-it-it-it-tieeee-tip. De roep is ook scherp en metalig en kenmerkend als je hem eenmaal kent: tswik of twitik en een raspender dzu.
Beoordelingen
Bezoekers (13):
7,0
Criteria:
Leuk met kinderen tot 7 jaar:
Leuk met kinderen van 7 tot 14 jaar:
Leuk met jongeren:
Amusement:
Kunst en cultuur:
Prijs / kwaliteit:
Horeca:
BekijkenJouw oordeel
Afdrukken